Veel gesprekken gaan vooral over inhoud, procedures en afspraken. Wat moet er gebeuren, hoe pakken we het aan, welke afspraken maken we? En als het gesprek vastloopt, maken we nog meer procedureafspraken. Elkaar laten uitpraten, bijvoorbeeld. Terwijl de oorzaak meestal niet daar ligt. De échte oorzaak van het stroeve gesprek speelt zich waarschijnlijk af ‘onder de tafel’. In de onderstroom. De communicatiepiramide kan je helpen om die onderstroom zichtbaar te maken. Het laat zien dat een gesprek nooit alleen over de inhoud gaat, maar ook over hoe het gesprek verloopt, hoe mensen met elkaar omgaan en wat er gevoeld wordt.

Om het communicatieproces goed te kunnen ondersteunen en bewust te kunnen schakelen in je communicatie, is het belangrijk om verschillende niveaus te onderscheiden.

Inhoud (wat)
Dit is de bovenste, meest zichtbare laag: wat iemand zegt. Feiten, informatie en standpunten. Vaak krijgt deze laag de meeste aandacht, terwijl het eigenlijk maar een klein deel is van wat er in een gesprek meespeelt.

Procedure (hoe)
Wie neemt het woord? Wordt er geluisterd? Is er ruimte voor vragen? Een heldere en prettige structuur helpt om elkaar goed te volgen en zorgt ervoor dat de inhoud beter kan landen.

Interactie (relatie)
Deze laag gaat over de onderlinge relatie. Is er vertrouwen? Gelijkwaardigheid? Respect? Dezelfde woorden kunnen heel verschillend worden ervaren, afhankelijk van wie ze zegt en vanuit welke relatie.

Gevoel (emoties)
De onbenoemde emoties of gevoelens die meespelen. Zij zijn altijd aanwezig, ook als ze niet worden uitgesproken. Spanning, enthousiasme, onzekerheid, irritatie… Wanneer hier geen aandacht voor is, gaan ze onbewust het gesprek sturen.

Wat ik zo krachtig vind aan de communicatiepiramide, is dat je kunt schakelen tussen deze niveaus. Zit een gesprek vast of loopt het stroef? Dan helpt het om aandacht te hebben voor de interactie of het gevoel. Dat brengt weer ruimte, beweging en echt contact.

Om op interactie- en gevoelsniveau in contact te zijn, stel je geen vragen. Vragen leiden juist weer naar inhoud.

Geef een korte beschrijving van wat je denkt te zien en te horen. Leg je reflectie aan de ander voor. Het effect is dat de ander voelt dat jij moeite doet om hem/haar echt te begrijpen. Het is niet erg als je reflectie niet helemaal juist is. De ander reageert erop en daardoor krijg je meer informatie.

Bijvoorbeeld: ‘Ik merk (of ik denk te zien) dat je boos bent’. De reactie daarop kan zijn: ‘Ik ben niet boos, maar ik maak me ongerust.’ En vervolgens voer je dáár het echte gesprek over. Dan zit je op gevoelsniveau.

Voor mij is dit model een fijn hulpmiddel om beter te zien wat er werkelijk gebeurt in een gesprek. Het helpt me herkennen op welk niveau we communiceren en om de verschillende lagen uit elkaar te houden. Door aandacht te hebben voor interactie en gevoel ontstaat er sneller wederzijds begrip en worden misverstanden eerder uitgesproken, in plaats van dat ze blijven sudderen.

Het denken en handelen in communicatieniveaus vraagt in het begin bewustzijn, aandacht en oefening. Door te blijven oefenen, merk je dat het steeds natuurlijker gaat voelen en je het model steeds bewuster kunt inzetten. Gesprekken kosten vervolgens minder energie, komen sneller tot de kern en geven meer ruimte aan wat er écht speelt.

Herken je in je team of organisatie dat er ‘onder tafel’ iets meespeelt?
Dan wissel ik daar graag eens over van gedachten. Neem gerust contact met me op.